Peuter
De woordenschat van peuters wordt groter en hun grammatica verbetert. Herinneringen, fantasie en werkelijkheid lopen bij peuters door elkaar; het zogenoemde magisch denken. Dit kan er ook voor zorgen dat zij angstig worden. Of ze zien gevaren juist niet, want ze hebben niet-realistische gedachten. Ook neemt de behoefte aan autonomie, het ’zelf doen’, toe. Peuters worden steeds zelfredzamer: aankleden of een boterham smeren, kunnen ze ‘ineens’ zelf.